Particuliere huurwoningen veel minder energiezuinig
Bewoners met lage inkomens wonen vaker in woningen met slechte labels. Nog een interessant gegeven: hoe energiezuiniger een woning is, hoe onzuiniger het gedrag van de bewoners. Dat blijkt uit twee onlangs door VROM gepubliceerde onderzoeken. Uit een vorige week door VROM gepubliceerd onderzoek Woon Energie 2006 blijkt dat bewoners met lage inkomens vaker in woningen met slechte labels wonen. Ruim 40 procent van de huishoudens met lage inkomens woont in woningen met energielabel F of G. De verdeling over de energielabels is voor de sociale huursector en de koopsector gelijkwaardig. De particuliere huursector bevat relatief veel woningen met energielabel G, aangezien het een oude voorraad betreft. Huishoudens met bewoners onder de 55 jaar en een lager inkomen zijn vaker in een onzuinige woning gehuisvest dan huishoudens van dezelfde leeftijd met een hoger inkomen. De noodzaak om energiebesparende maatregelen te nemen in huurwoningen blijft volgens de Woonbond dus onverminderd hoog. Meer dan de helft van de woningen gebouwd tussen 1946 en 1970 en 70 procent van de vooroorlogse woningen heeft op dit moment energielabel F of G. Driekwart van de appartementen gebouwd voor 1971 heeft energielabel F of G. Bijna de helft van de eengezinswoningen van voor 1971, heeft label C, D en E. In woningen met een lager energielabel, is het aandeel CV-installaties kleiner en het aandeel lokale verwarming en blokverwarming hoger. Bij woningen met energielabel A en B zijn bijna alleen HR en HR-107 ketels aanwezig, terwijl bij het merendeel van de woningen met energielabel G de CR en VR ketels voor ruimteverwarming zorgen. Uit een ander onderzoek van VROM naar energiezuinig gedrag bleek: hoe zuiniger de woning, hoe onzuiniger het gedrag van de bewoners. Er zijn verschillende achterliggende verklaringen voor het onzuinige gedrag in de zuinige woningen. Bewoners van energiezuiniger woningen hebben bijvoorbeeld vaker een hoog inkomen en zijn ook vaker gezinnen. Dat draagt onder meer bij aan het bezit en gebruik van elektrische apparaten. Daarnaast zijn veel installaties in nieuwe woningen uitgerust met elektrische apparatuur (mechanische ventilatie bijvoorbeeld) waardoor het elektriciteitsverbruik toeneemt. Maar, ook als wordt gecontroleerd naar inkomen, leeftijd en huishoudensamenstelling blijft het zo dat bewoners van zuinige woningen neigen naar onzuinig gedrag.
